Annotatie Urilift uitspraak door Christa Lagerweij/Eric Groenendijk

AnnotatieChristaLagerweijEricGroenendijk

Recensies en foto’s

Christa Lagerweij en Eric Groenendijk hebben de afgelopen maanden onderzocht en op een rij gezet hoe de procedures zijn verlopen mbt de – onnodige en overwachte – plaatsing van de urilift op het terras van, voor de voordeur van, en als uitzicht uit hotelkamers van Queens. Een hele mooie annotatie met goede suggesties voor de berekening van de schade ontstaan door de uriliftplaatsing en de lange periode dat de urilift er gestaan heeft.

Advertenties

Plaatsing Urilift een kwestie van kansberekening?

Volgens dr. van Zundert, zijn er in Amersfoort in 2007 maar twee locaties beschikbaar voor het plaatsen van een urilift. Een van deze locaties is op ons terras, voor onze voordeur en is het uitzicht van de hotelkamers op de Groenmarkt.

Het planschade recht kent een ‘normaal maatschappelijk risico’. De Raad van State bepaalt dat dit niet op basis van kansberekening kan plaatsvinden.
De urilift is verplaatst naar de locatie die vanaf dag 1 is voorgesteld, en waarvan gezegd werd dat deze locatie niet geschikt was voor een urilift. En op de plaats waar er wordt geplast in het wild.http://www.hekkelman.nl/userfiles/File/2014_11_20_planschade_urilift_ii_kees_van_helvoirt_paul_herder.pdf

Hoe twittert Amersfoort over de urilift vanaf 2008 tot heden..

De afgelopen jaren hebben in het teken van verbazing gestaan! De verbazing hoe ver een Gemeente kan gaan om een ‘fout’ te verdoezelen en ons de rekening te presenteren.

Hoe de gemeenteraadsleden ons geholpen hebben. (We hebben het hier niet over VVD, Burgerpartij, Trots, SP, Burgerpartij, GVV, Lijst Ozcan), maar over de partijen die niet geinteresseerd zijn in de feiten.
Bijvoorbeeld: CDA: Ronald Offereins (partij van burgemeester): wil het er nooit meer over hebben (waarom niet? Heeft er niemand interesse in de werkwijze van onze afdeling vergunningen? Vindt niemand economische ontwikkeling belangrijk?)? Of Kees Kraanen die vindt dat de urilift op de beste plaats staat en er dan ook maar even in gaat pissen voor het gemak – zie de tweet (volwassen man?). Of de partijdiscipline van de coalitie (GroenLinks, D66, CDA). Er is gevochten op het hoogste niveau om de verplaatsing van de urilift tegen te gaan. Waarom? Toen al bang voor de schade? Wij hebben vernomen dat B&W het doel had om niets aan ons te vergoeden. Fouten moeten wij zelf betalen. Dat is toch niet eerlijk.
Ook een vreemde gewaarwording als je erachter komt dat dit’democratie’ is in Nederland. De gemeenteraad is ons hoogste orgaan in de stad.

Hoe helpen onze collega ondernermers ons? Collega: ‘snap niet wat je zeurt’. Je moet wat over hebben voor de collectiviteit.

Collega’s zeggen dat we het zonder al dat gezeik zeker niet gered zouden hebben! En andere ondernemer zegt: ‘die doos van Queens doet alles om in de pers te komen’. Van je collega’s moet je het hebben toch! Samenwerken?
Geen enkele collega wilde de urilift op hun terras, vandaar dan maar op die van ons? Starten is zo wel heel erg moeilijk met een oorlogszuchtige buurman (‘ik verklaar jullie nu de oorlog, en gooi nu jullie tafeltjes om. Jullie worden maar gedoogd.)Tweets over Pislift & Urilift. (Noot: terrastekeningen gevonden.. ja, de buurman had ons terras wel willen hebben. Zo gaat dat in Amersfoort).

Tweets over Pislift & Urilift

Plassen op je terras: iets wat je verwachten moet?

Onlangs ontvingen wij een mailbericht met de bevindingen van de ingeschakelde deskundigen van de Gemeente Amersfoort.
Een van zijn opmerkelijke stellingen:
– als je een onderneming start in het centrum van Amersfoort kun je een urilift op je terras verwachten. Daarnaast zijn wij van mening dat Queens geen schade heeft kunnen lijden door een urilift op ons terras.. en mocht er al wel toch toevallig enige bedrijfshinder geweest zijn, dan moet de schade met minimaal 50% verminderd worden vanwege de meer dan 50% kans op een urilift op je terras..

Wat vindt u? Zou u een urilift op uw terras verwachten, zonder enig overleg en aankondiging? En zou u verwachten dat uw vergunningen vervolgens hierop aangepast werden, zodat de kans op een schadebetaling sterk verminderd wordt omdat er geen consequenties zijn verbonden aan vertraging van vergunningen?

Ben benieuwd.. voor de zekerheid maar eens gegoogled.. hmmmm… plassen op terras….

Dit vond ik:
franse bulldog forum • Toon onderwerp – plassen op terras
http://www.fransebulldog-forum.nl/phpBB3/viewtopic.php?f=5&t=57073‎
11 mrt. 2013 – 5 berichten – ‎3 auteurs
Hallo, Ik heb een frans bulldogje van bijna 6 jaar. Altijd heel flink en luistert goed. Ik woon nu ondertussen een jaar in mijn nieuwe woning.

Met een hond op je eigen terras, zou weleens een probleempje kunnen zijn..

Doolhof van de planschade – 2/2/2014 Reporter Radio – live te volgen

Moet je helderziend zijn om een urilift op je terras te verwachten?

Op 16:50 komt Queens aan bod! Ook hier zegt universitair hoofddocent Bertie vd Broek dat je geen urilift op je terras kunt verwachten.
In 2007 waren er ook maar een paar uriliften in Nederland. En in de hele wereld vind je geen urilift op een terras. #onmogelijke combinatie

Doolhof van de Planschade

De link van de uitzending:
http://www.radio1.nl/item/177063-de%20hele%20uitzending:%20Het%20doolhof%20van%20de%20Planschade%20.html

de uirilift is behoorlijk aan een schoonmaakbeurt toe

de uirilift is behoorlijk aan een schoonmaakbeurt toe

Reporter Radio: Amersfoort in de schijnwerpers op radio 1, zondagavond 2 februari 19.00 uur

Zondagavond, van 18.00 uur tot 18.30 uur zal Joost Wilgenhof van Reporter Radio een aantal opmerkelijke landelijke zaken de revue laten passeren die te maken hebben met planschade en overheidshandelen. Dit is een nieuw programma, opvolger van Reporter van KRO.

urineren op het terras

urineren op het terras

geen terras kunnen uitzetten

geen terras kunnen uitzetten

Terrasproblemen in Amersfoort niet alleen bij Queens

Bij de bestuursrechter zijn collega ondernemers terecht gekomen.. Wij herkennen de situatie voor 100% en hebben op de Hof hetzelfde meegemaakt.
Zonder enige logica of overleg wordt je terras ingepikt/verkleind en je kunt er ook nog eens niets tegen doen.
We hebben ook een overleg met de burgemeester hierover gehad, en hij zei ‘ja, degene met de oudste rechten die bepaalt!”… Bijzonder transparant, eenduidig en eerlijk!

Strijd om terrasruimte

Hoe groot denk jij, volgens de deskundigen van de Gemeente, is de kans op een urilift op je terras?

Collegebericht – geen schade voor Queens

Eind 2013 heeft de Raad van State bepaald dat de schade vastgesteld zou moeten worden door de Gemeente en door ons zelf. Wij laten een rapport opstellen door Horatio.
De Gemeente heeft ook een tweetal deskundigen ingehuurd. Dhr. dr. van Zundert – een bekende in deskundigenland, en dhr. van Streek, ook deskundig op het gebied van schades vaststellen.
Beide heren vinden het niet nodig om zelfs maar telefonisch in contact te treden, en stellen in hun, zeer lange rapport – dat een ‘rondgang ter plaatse’ laat zien dat Queens een slecht gelegen locatie is waar het bijna logisch is dat daar een urilift bij hoort.
De kans daarop was meer dan 50%. Er werd immers heel veel geurineerd in de stad precies op ons terras, in het openbaar.

De reactie vanuit het College was dan ook, dat er 0 euro schade was. En dit is dus teruggekoppeld aan de Raad van State.

Collegebericht 2014-17 Procedure verzoek planschade Queens

SAOZ rapport gebrekkig – ook mede verantwoordelijk voor afwijzing planschade

Geachte heer van Bragt, directie SAOZ, geachte heer van der Lee,

Zoals u wellicht bekend is, is uw rapport inzake de kwestie Queens Vorstelijk Genieten versus Gemeente Amersfoort bij de rechtbank twee keer als gebrekkig ervaren. Dusdanig gebrekkig dat de Raad van State zelfs het ‘niet in de rede vindt liggen om SAOZ opnieuw in te schakelen’. 
In het rapport stond zelfs dat de urilift NIET op ons terras stond maar 5 meter er naast (kwam dit wellicht door de motie waarin dit criterium als acceptabel vermeld stond?) Dit heeft voor ons grote consequenties gehad. Het is nu immers 2013 en in 2010 hadden wij al deze zaak afgewikkeld kunnen hebben, als u het juiste advies had gegeven om wel tot schadevergoeding over te gaan. En wellicht duurt het nog een jaar voordat we onze schadevergoeding tegemoet kunnen zien. Wij hebben ook ernstige gezondheidsproblemen gekregen door voortdurend stress, angst en onwaarschijnlijke tegenwerking van zowel u als Gemeente Amersfoort. Ook is, wat ik het allerergste vind, ons gezinsgeluk onder druk komen te staan. Langdurige financiele zorgen, continu deurwaarders, beslagleggingen, kostenverhogingen, imagoschade heeft ons chronische stress bezorgd, wat dus beperkt had kunnen zijn geweest als u en uw bureau een juist advies had gegeven. Ik heb u ook gewezen op de onjuiste wijze waarop de planschade procedure is gehanteerd. Er zijn richtlijnen opgesteld qua termijn, over het inschakelen van twee deskundigen, er is geen hoorzitting geweest met ons erbij over het rapport en onze bezwaren zijn onder tafel geveegd en zelfs onze schade is niet opgenomen in het rapport.
 
Ik neem u dit zeer kwalijk, en kan mij niet aan de indruk onttrekken dat uw reactie partijdig was en niet onafhankelijk. Wij hebben uw bureau toegewezen gekregen als onafhankelijk zijnde, en u had dit vertrouwen niet mogen beschamen.
 
Destijds heb ik u aangegeven dat de Gemeente onze vergunningen niet heeft verstrekt, onnodig vertraagd om ervoor te kunnen zorgen dat zij de dans zouden ontspringen met schadevergoeding. U bent hier om de een of andere reden in meegegaan. Ook heb ik aangegeven dat wij veel schade ondervinden (naast alle tot voor kort niet zichtbare pestperikelen van de Gemeente Amersfoort).
 
Als ik op internet op planschade en SAOZ google vind ik zelfs een presentatie over planschade waarbij de ‘maximale invulling’ als een van de vereisten moet worden meegenomen. Ik kan mij dan ook niet voorstellen dat u dit niet heeft ‘geweten’, want het komt ook nog in veel arresten voor. Daarbij komt ook nog dat u verkeerde arresten heeft gebruikt om uw motivatie te onderbouwen.
 
Ook bent u ervan op de hoogte geweest (middels mijn schadeberekening: graag ontvang ik van u alsnog een kopie hiervan, omdat u dit niet bijgevoegd heeft in het document) dat de schade erg groot voor ons was.
 
Ik stel u dan ook als bedrijf en prive persoon hiervoor mede-aansprakelijk. 
 
Hoogachtend,
 
Paula Bouwer
Queens Vorstelijk Genieten
Groenmarkt 13
3811 CP   AMERSFOORT
Twitter berichten over het SAOZ rapport dat in 2010 gemaakt is.
  1. @QueensAfoort #ABRS heeft gesproken en zag het inderdaad anders dan in het #SAOZ advies

    1. ABRS 23-10-2013 201209467/1/A2, Amersfoort, planschade, nadere invulling aangevangen exploitatie op de peildatum

    2. @SAOZadvies Rapport SAOZ onjuist. Vergunningen zijn vertraagd en maximale invulling is niet genoemd. 201209467/1/A2, Urilift wel op terras

Uitspraak Raad van State 23 oktober 2013

Uitspraak 201209467/1/A2

DATUM VAN UITSPRAAK woensdag 23 oktober 2013
TEGEN het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort
PROCEDURESOORT Hoger beroep
RECHTSGEBIED Algemene kamer – Hoger Beroep – Schadevergoeding

201209467/1/A2.
Datum uitspraak: 23 oktober 2013

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Tussenuitspraak met toepassing van artikel 49, zesde lid, van de Wet op de Raad van State op het hoger beroep van:

[appellante], alsmede haar vennoten [vennoot a] en [vennoot b], gevestigd onderscheidenlijk wonend te Amersfoort, (hierna ook tezamen en in enkelvoud: [appellante]),

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 23 augustus 2012 in zaak nr. 11/2736 in het geding tussen:

[appellante]

en

het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort.

Procesverloop

Bij besluit van 23 maart 2010 heeft het college een aanvraag van [appellante] om een tegemoetkoming in planschade afgewezen.

Bij besluit van 18 juli 2011 heeft het college het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 23 augustus 2012 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 18 juli 2011 vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen van dit besluit in stand blijven. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

[appellante] en het college hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 24 juni 2013, waar [appellante], vertegenwoordigd door haar vennoten, [vennoot a en b], bijgestaan door mr. S.H. van den Ende, advocaat te Amsterdam, en het college, vertegenwoordigd door mr. E.J. van Eyck en mr. R.C. Alblas, beiden werkzaam voor de gemeente Amersfoort, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Op 1 januari 2013 is de Wet aanpassing bestuursprocesrecht in werking getreden. Uit het daarbij behorende overgangsrecht volgt dat het recht zoals dat gold vóór de inwerkingtreding van deze wet op dit geding van toepassing blijft.

Ingevolge artikel 49, zesde lid, van de Wet op de Raad van State kan de Afdeling het bestuursorgaan opdragen een gebrek in het bestreden besluit te herstellen of te laten herstellen.

Op 1 juli 2008 is de Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: de WRO) ingetrokken en is de Wet ruimtelijke ordening (hierna: de Wro) in werking getreden.

Ingevolge artikel 6.1, eerste lid, van de Wro kennen burgemeester en wethouders degene die in de vorm van een inkomensderving of een vermindering van de waarde van een onroerende zaak schade lijdt of zal lijden als gevolg van een in het tweede lid genoemde oorzaak, waaronder, ten tijde van belang, een besluit als bedoeld in artikel 3.23 van die wet, op aanvraag een tegemoetkoming toe, voor zover de schade redelijkerwijs niet voor rekening van de aanvrager behoort te blijven en voor zover de tegemoetkoming niet voldoende anderszins is verzekerd.

Ingevolge artikel 9.1.11, eerste lid, van de Invoeringswet Wro wordt een vrijstelling als bedoeld in artikel 19, derde lid, van de WRO gelijkgesteld met een ontheffing als bedoeld in artikel 3.23 van de Wro.

2. Voor de beoordeling van een aanvraag om een tegemoetkoming in planschade dient te worden onderzocht of de aanvrager als gevolg van de desbetreffende wijziging van het planologische regime in een nadeliger positie is komen te verkeren en ten gevolge daarvan schade lijdt of zal lijden. Hiertoe dient de desbetreffende wijziging, waarvan gesteld wordt dat deze planschade heeft veroorzaakt, te worden vergeleken met het oude planologische regime. Daarbij is niet de feitelijke situatie van belang, maar hetgeen op grond van deze regimes maximaal kan onderscheidenlijk kon worden gerealiseerd, ongeacht of verwezenlijking heeft plaatsgevonden.

3. Op 17 maart 2007 heeft [vennoot a] het pand [locatie] te Amersfoort (hierna: het pand) gekocht. Ter plaatse geldt het bestemmingsplan “Stadsvernieuwingsplan Kern” (hierna: het bestemmingsplan).

Bij besluit van 14 augustus 2007 heeft het college met toepassing van artikel 19 van de WRO aan [vennoot a] vrijstelling verleend van de bepalingen van het bestemmingsplan ten behoeve van het gebruik van het pand als horecagelegenheid.

Op 18 september 2007 heeft [vennoot a] een aanvraag ingediend voor een drank- en horecavergunning op het adres van het pand. Op 5 december 2008 is deze vergunning aan [vennoot a] verleend.

Op 19 september 2007 heeft het college besloten met toepassing van de vrijstellingsprocedure van artikel 19, derde lid, van de WRO medewerking te verlenen aan het plaatsen van een zogenoemde urilift – een openbaar, in de grond verzinkbaar urinoir – op de hoek van de Groenmarkt en de Windsteeg. Bij besluit van 16 november 2007 is vervolgens vrijstelling (hierna: het vrijstellingsbesluit) en een bouwvergunning verleend.

Op 11 oktober 2007 heeft [vennoot a] een aanvraag ingediend voor het plaatsen van een terras bij het pand. Op 18 september 2008 is aan [vennoot a] een terrasvergunning verleend.

De vennootschap van [vennoot a] en [vennoot b] exploiteert onder de naam […] een bed and breakfast (hierna: de bed and breakfast). Deze is op 30 april 2008 geopend. De genoemde urilift is begin 2008 op ongeveer 10 m afstand van de voorgevel van het pand geplaatst. Hij bevindt zich op het deel van de openbare weg waarvoor [appellante] een terrasvergunning heeft.

Bij brief van 2 oktober 2008 heeft [appellante] het college verzocht om een tegemoetkoming in planschade. Aan dat verzoek heeft zij ten grondslag gelegd dat het vrijstellingsbesluit tot waardevermindering van het pand en tot inkomensderving heeft geleid.

Het college heeft de urilift in januari 2012 verplaatst naar een andere locatie op de Groenmarkt.

4. Het college heeft het verzoek ter advisering voorgelegd aan de Stichting Adviesbureau Onroerende Zaken (hierna: de SAOZ). In een advies van maart 2010 heeft de SAOZ een planologische vergelijking gemaakt tussen het regime van het bestemmingsplan en de planologische situatie die is ontstaan door het vrijstellingsbesluit. De SAOZ is in dit advies tot de conclusie gekomen dat [appellante] als gevolg van het vrijstellingsbesluit niet in een planologisch nadeliger situatie is komen te verkeren en dat zij derhalve niet voor een tegemoetkoming in planschade in aanmerking komt.

Het college heeft in bezwaar nader advies aan de SAOZ gevraagd. In een nader advies van 16 september 2010 heeft de SAOZ uiteengezet dat en waarom zij geen aanleiding ziet af te wijken van de conclusie van het advies van maart 2010. Het college heeft dit advies mede aan het besluit van 18 juli 2011 ten grondslag gelegd.

5. De rechtbank heeft overwogen dat geen onderbouwing kan worden gevonden voor de stelling van het college dat de gebruiksmogelijkheden van de urilift voldoende zijn afgebakend. Volgens de rechtbank heeft de SAOZ in haar advies de maximale gebruiksmogelijkheden van het vrijstellingsbesluit niet onderkend en zijn deze derhalve niet betrokken in het onderzoek dat aan het besluit van 18 juli 2011 ten grondslag ligt. Op grond hiervan heeft zij dit besluit vernietigd. Vervolgens heeft de rechtbank onderzocht of de rechtsgevolgen ervan in stand kunnen blijven.

De gestelde inkomensderving komt volgens de rechtbank niet voor tegemoetkoming in aanmerking omdat op het moment dat het vrijstellingsbesluit is bekendgemaakt, 19 november 2007 (hierna: de peildatum), de feitelijke exploitatie van de bed and breakfast nog niet was aangevangen. De gestelde waardevermindering van het pand komt volgens de rechtbank niet voor tegemoetkoming in aanmerking omdat deze, door de verplaatsing van de urilift die nadien heeft plaatsgevonden, geen duurzaam karakter heeft en een tijdelijke waardevermindering geen aanspraak op een tegemoetkoming biedt. Het vorenstaande heeft de rechtbank ertoe gebracht te oordelen dat het college terecht – zij het op andere gronden – tot de conclusie is gekomen dat het verzoek om tegemoetkoming in planschade dient te worden afgewezen en te bepalen dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit daarom in stand blijven.

6. [appellante] betoogt dat de rechtbank de rechtsgevolgen ten onrechte in stand heeft gelaten en daarbij niet heeft onderkend dat zij als gevolg van het vrijstellingsbesluit schade heeft geleden. Volgens [appellante] heeft de rechtbank miskend dat de waardevermindering van het pand als gevolg van het vrijstellingsbesluit een duurzaam karakter heeft, althans dat de tijdelijkheid van de waardevermindering in dit geval niet met zich brengt dat zij geen aanspraak op een tegemoetkoming heeft. In november 2007 is het pand getaxeerd op een bedrag van € 675.000,00 en in het hogerberoepschrift heeft zij gesteld dat het pand inmiddels € 300.000,00 waard is. Bij brief van 14 juni 2013 heeft [appellante] nog een rapport van AWHoreca Makelaars te Veenendaal overgelegd, waarin wordt geconcludeerd tot een waardedaling van € 205.000,00. Bij de taxatie van panden die voor horeca zijn bestemd is de omzet in de jaren voorafgaand aan de taxatie de belangrijkste factor. Omdat de omzet in de eerste jaren van de exploitatie van de bed and breakfast lager was dan mag worden verwacht van een dergelijk horecabedrijf, wordt de waarde van het pand fors lager getaxeerd. Pas als gedurende enkele jaren een goede omzet wordt behaald, zal dit waardedrukkend effect afnemen. Dit betekent dat [vennoot a] en [vennoot b] de komende jaren het pand niet kunnen verkopen zonder met een grote restschuld te blijven zitten. Hieraan is de rechtbank volgens [appellante] voorbijgegaan. Verder heeft de rechtbank volgens haar niet onderkend dat bij een verzoek om tegemoetkoming in planschade niet de feitelijke, maar de planologische situatie van belang is. Dat de urilift inmiddels is verplaatst doet bij de beoordeling van haar verzoek om een tegemoetkoming dan ook niet ter zake, aldus [appellante].

6.1. Niet in geschil is dat het college de urilift in januari 2012 heeft verplaatst naar een andere locatie op de Groenmarkt en dat [appellante] bij de exploitatie van de bed and breakfast thans geen hinder meer ondervindt van de urilift. Anders dan [appellante] stelt, dient met dergelijke omstandigheden bij het al dan niet toekennen van een tegemoetkoming dan wel bepalen van de hoogte daarvan wel degelijk rekening te worden gehouden. Vergoeding van schade die reeds is weggenomen, is met het uitgangspunt van tegemoetkoming niet te verenigen. De rechtbank heeft dit aspect dan ook mogen betrekken bij de vraag of de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit van 18 juli 2011 in zoverre in stand konden blijven. Nu de schadeoorzaak is weggenomen – de urilift is ter plaatse verwijderd en het vrijstellingsbesluit is daardoor uitgewerkt – is het college [appellante] anderszins tegemoet gekomen. De gestelde schade bestaande uit waardedaling van de onroerende zaak is slechts tijdelijk van aard en geeft daarom in beginsel geen aanspraak op een tegemoetkoming (vergelijk onder meer de uitspraak van 18 november 2009 in zaak nr. 200809275/1/H2). Ook ingeval horecapanden op een andere wijze worden gewaardeerd dan woningen en het waardedrukkend effect dat de urilift tussen 2008 en 2012 heeft gehad op de omzet van [appellante] nog doorwerkt in de waardering van het pand, zoals [appellante] betoogt, is dat waardedrukkend effect over een aantal jaren verdwenen en derhalve nog steeds tijdelijk van aard. Niet is gebleken dat [appellante] door de tijdelijke waardevermindering schade heeft ondervonden. Voor een verdere tegemoetkoming kan derhalve geen grond worden gevonden.

Het betoog faalt.

7. [appellante] betoogt voorts dat de rechtbank ten onrechte ervan is uitgegaan dat de exploitatie is aangevangen op het moment dat de bed and breakfast voor het publiek werd geopend. Volgens [appellante] vangt de exploitatie aan op het moment dat een haalbaarheidsplan is opgesteld, een ondernemingsplan is opgesteld en financiering is gezocht, de benodigde planologische vrijstellingen zijn aangevraagd en verkregen en verplichtingen zijn aangegaan jegens derden, zoals leveranciers, met het oog op het verwerven van inkomen uit de onderneming. De exploitatie door [appellante] van de bed and breakfast is in 2007 in evenbedoelde zin aangevangen. Het “point of no return” was al vóór de peildatum bereikt. Ook als ervan zou moeten worden uitgegaan dat de feitelijke exploitatie per 30 april 2008 is aangevangen omdat de bed and breakfast toen de deuren opende, doet zich hier een ander geval voor dan in de door het college genoemde uitspraken van de Afdeling, die ertoe strekken dat inkomensschade wegens nog niet aangevangen bedrijfsexploitatie niet voor tegemoetkoming in aanmerking komt. Het schadeveroorzakende vrijstellingsbesluit stond niet aan exploitatie in de weg, zodat de bedrijfsexploitatie kon aanvangen, maar wel onder aanzienlijk nadeliger omstandigheden dan waarvan zonder dat besluit sprake zou zijn geweest. Reeds daarom zou tegemoetkoming in de inkomensderving op zijn plaats zijn. Als daarover al anders zou moeten worden geoordeeld, is er reden om in dit geval een uitzondering te maken en niettemin een tegemoetkoming toe te kennen, aldus [appellante].

7.1. Anders dan het college als verweer heeft aangevoerd, is er geen reden om voormeld betoog van [appellante] buiten beschouwing te laten. Voor zover [appellante] bepaalde elementen voor het eerst in hoger beroep naar voren heeft gebracht, liggen deze in het verlengde van hetgeen eerder in de procedure over inkomensschade is aangevoerd en vormen zij een reactie op hetgeen de rechtbank heeft overwogen.

7.2. [appellante] kan niet worden gevolgd in haar uitleg van het begrip exploitatie. Een onderneming wordt geëxploiteerd zodra zij wordt gebruikt om er voordeel uit te trekken. Dit brengt met zich dat de exploitatie door [appellante] van de bed and breakfast is aangevangen op het moment van opening ervan, dit is 30 april 2008. Uit de jurisprudentie van de Afdeling (zie onder meer de uitspraak van 15 februari 2006 in zaak nr.200504305/1), waarop de SAOZ zich bij haar advisering heeft gebaseerd en waar de rechtbank ook op wijst, volgt dat gemist voordeel uit niet aangevangen bedrijfsvoering niet voor tegemoetkoming in aanmerking komt. De niet aangevangen bedrijfsvoering betrof in die gevallen plannen die door de planologische maatregel waren verhinderd en waarvoor op de peildatum nog geen enkele bedrijfsmatige investering was gedaan. [appellante] betoogt echter terecht dat zij op de peildatum al onomkeerbare investeringen had gedaan en dat de exploitatie door de planologische maatregel – het vrijstellingsbesluit – ook niet onmogelijk werd gemaakt. De exploitatie is nadien daadwerkelijk aangevangen. Deze situatie verschilt essentieel van die in evenbedoelde jurisprudentie. In dit geval kon op de peildatum, 19 november 2007, als vaststaand worden aangenomen dat [appellante] de bed and breakfast zou gaan exploiteren. Het pand had [vennoot a] daartoe in maart 2007 aangekocht en het college heeft aan [vennoot a] op 14 augustus 2007 vrijstelling verleend van de bepalingen van het bestemmingsplan ten behoeve van het gebruik van het pand als horecagelegenheid. [vennoot a] heeft vervolgens een aanvraag om een drank- en horecavergunning ingediend. Ook zijn substantiële investeringen in het pand gedaan om het als bed and breakfast geschikt te maken. Deze omstandigheden rechtvaardigen dat in dit geval inkomensderving voor tegemoetkoming in aanmerking kan komen op de voet van artikel 6.1 van de Wro, voor zover deze is ontstaan na de aanvang van de exploitatie op 30 april 2008 en er een oorzakelijk verband bestaat tussen het vrijstellingsbesluit en de gestelde inkomensderving. Uit het vorenstaande volgt dat de rechtbank de rechtsgevolgen van het besluit van 18 juli 2011 in zoverre ten onrechte in stand heeft gelaten op de grond dat de exploitatie op de peildatum nog niet was aangevangen.

Het betoog slaagt.

8. In hoger beroep heeft [appellante] een advies van Langhout & Wiarda te Oranjewoud van 12 juni 2013 overgelegd waarin wordt ingegaan op het door [appellante] gemiste voordeel. In dit advies wordt opgemerkt dat de door [appellante] aangeleverde cijfers betreffende de omzet en de kosten van [appellante] over de afgelopen jaren niet op juistheid zijn gecontroleerd, omdat met de contra-expertise slechts is beoogd aan te tonen dát inkomensschade is geleden. In het advies wordt dan ook geconcludeerd dat deze schade in een later stadium nog op gedetailleerde wijze dient te worden begroot. Gelet op de fase van de procedure waarin dit advies is ingebracht, heeft het college bovendien onvoldoende gelegenheid gehad hierop te reageren. Het heeft terecht gesteld dat voor een gedegen reactie het raadplegen van een deskundige aangewezen is. De Afdeling ziet dan ook geen mogelijkheid om wat betreft de gestelde inkomensschade zelf in de zaak te voorzien. Het is in de eerste plaats aan [appellante] om de gestelde schade nader te specificeren en te motiveren en vervolgens aan het college om daarover te besluiten.

9. Met het oog op een spoedige beslechting van het geschil zal de Afdeling het college opdragen om binnen zestien weken na verzending van deze uitspraak, met inachtneming van hetgeen hiervoor onder 7.2 is overwogen, een besluit te nemen over een tegemoetkoming in het door [appellante] als gevolg van het vrijstellingsbesluit gemiste voordeel en in dit opzicht het aan het besluit van 18 juli 2011 klevende gebrek te herstellen. Daartoe dient het college een nader deskundigenadvies in te winnen, waarbij het, gelet op de voorgeschiedenis, niet in de rede ligt dat het zich hiervoor wederom tot de SAOZ wendt. Het is daarbij aan [appellante] om het oorzakelijk verband tussen de gestelde inkomensderving en het vrijstellingsbesluit aan te tonen en het college daartoe tijdig – dat wil zeggen binnen zes weken na verzending van deze uitspraak – van nadere financiële stukken te voorzien waarin de gestelde inkomensderving is geconcretiseerd en onderbouwd, zodat de door het college ingeschakelde deskundige dit kan betrekken bij zijn advies.

10. In de einduitspraak zal worden beslist over de proceskosten en vergoeding van het betaalde griffierecht.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

draagt het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort op om binnen zestien weken na de verzending van deze tussenuitspraak met inachtneming van hetgeen daarin is overwogen een besluit te nemen over een tegemoetkoming in het door [appellante] als gevolg van het vrijstellingsbesluit gemiste voordeel en dit aan [appellante] en de Afdeling toe te zenden.

Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, voorzitter, en mr. N. Verheij en mr. G. Snijders, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.H.L. Dallinga, ambtenaar van staat.

w.g. Van Altena w.g. Dallinga
voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 23 oktober 2013

18-735.

Dossier Urilift vol leugens van Gemeente Amersfoort

Hans van Wegen / BPA op 24-10-2013 10:29

Jokkebrokken

Heel veel Jokkenbrokken op dit Uri-Lift Dossier.

Partijdigheid, vooringenomenheid, jokkenbrokken – er liggen kabels en leidingen, en die lagen er absoluut niet!!

De BPA heeft naast het nieuwe gat van Uri-lift gestaan in de Windsteeg, toen ze daar aan het graven waren. – Geen kabels, geen leidingen, geen gas, geen water, geen PTT, geen CAI enz.

Jammer voor het Imago van ambtelijk Amersfoort. — En eigenlijk ook een beetje schandalig.

Hans van Wegen / BPA

 

 

Reactie Queens: Niet alleen jammer voor het imago ;).. Ook jammer dat  het zo is. Leugens en onwaarheden verkondigen behoren gestraft te worden.

Wethouder BPA mogelijk misleid door ambtenaren

de #UriLift van @PaulaBouwer is #033pp BPA weth. @bstoelinga destijds door Het Stadhuis #Amersfoort ook misleid ? http://www.destadamersfoort.nl/lokaal/gemeente_amersfoort_moet_schade_betalen_aan_queens_2665381.html#.Umhm6h6kqoE.twitter …

Queens heeft recht op schade bepaalt Raad van State

Uitspraak Raad van State tussenvonnis

 

image (2)

e

Pop up terras Lange Voorhout Den Haag

Pop up terras Lange Voorhout Den Haag

Uitspraak Raad van State zitting 23 juni hoger beroep Queens versus Gemeente Amersfoort planschade procedure

De Raad van State heeft op 23 oktober 2013 uitspraak gedaan naar aanleiding van een rechtbankzitting waarin Queens Amersfoort de schade van de uriliftplaatsing middels een planschade procedure wil ontvangen.

De Raad van State heeft hiermee het collegebesluit, het rapport van de SAOZ, en de eerdere uitspraak van de rechtbank Utrecht verworpen. De planschadewet wordt door deze uitspraak aangepast.

In 2008 is er een planschade verzoek ingediend door Queens omdat er een urilift op het terras werd geplaatst. De Gemeente Amersfoort heeft de vergunningen aangehouden, niet tijdig verstrekt, om de mogelijkheid te kunnen behouden om alsnog geen vergunningen te verstrekken. Ook wilde zij hiermee voorkomen dat er tot een schadevergoeding zou moeten worden overgegaan.

De planschade procedure is in 2010 aangevangen. Daarbij is het bureau SAOZ ingeschakeld. Contra-expertise van Queens heeft uitgewezen dat er ten onrechte een afwijzing heeft plaatsgevonden. Tijdens de rechtbankzitting kwam ook naar voren dat SAOZ vermeld had dat de urilift 5 meter naast het terras stond.

Drie rechters hebben de kwestie onderzocht. Zij zijn tot de conclusie dat de schade voor Queens wel degelijk voor vergoeding in aanmerking komt. Queens krijgt 6 weken de tijd om de schade nader te onderbouwen.

De Raad van State zal na 16 weken vaststellen wat de schade van Queens geweest is.

Raadslid PvdA Ramon Smits Alvarez vermist

Prominent en invloedrijke PvdA’er verdwenen sinds 10 oktober 2013

Sinds 10 oktober 2013 is Ramon Smits Alvarez vermist. Hij is kandidaat lijsttrekker voor de PvdA in Amersfoort en is op raadselachtige wijze in het niets opgelost. De stemming voor een nieuwe lijsttrekker zou deze week plaatsvinden en is uitgesteld vanwege zijn verdwijning.

Er zijn 4 kandidaten.

Smits Alvarez en Queens

Dhr Ramon Smits Alvarez heeft veel voor ons betekend. Aanvankelijk heeft hij Queens juist erg  veel tegengewerkt toen wij contact met hem zochten. Hij had zijn oor te luister gelegd bij de ambtenaren op het stadhuis over de kwestie urilift op ons terras.  Volgens de ambtenaren waren wij op de hoogte van de komst van de urilift. En bovendien zouden de kosten van verplaatsing te hoog zijn, nl. 40.000 euro. Deze raadsinformatie bleek misleidend en onjuist te zijn, maar hij leek het wel te geloven en handelde daar ook naar. Hij en de PvdA waren tegen de verplaatsing bij de eerste motie in 2010 om deze redenen. (De urilift verplaatsen kostte in Bunschoten 2000 euro en via Urilift BV 5.000 euro en uiteraard waren wij niet op de hoogte van de komst van een urilift. Nogal cruciaal voor een horeca ondernemer een openbaar toilet voor je voordeur, voor je hotel en op je terras). Er vonden regelmatig gesprekken plaats in Queens over onze situatie. Wij vertelden hem ook dat het voor ons prive grote invloed had deze hele situatie. Wij hadden ons spaargeld al verloren, we hadden bijna geen inkomen en we werden voortdurend achtervolgd door de deurwaarder van de Gemeente (en andere deurwaarders).

Wij hebben een stevig gesprek met hem hierover gevoerd en hem gevraagd waarom hij wel naar de ambtenaren luisterde, en niet bij ons naar de feiten wilde kijken. Die leken ons het meest relevant voor besluitvorming.

Hoe is de besluitvorming rond de urilift tot stand gekomen? Is Queens hierbij geinformeerd of betrokken als belanghebbende?

Voor hem werd het duidelijk dat er geen onderzoek gedaan was op het Stadhuis naar de besluitvorming rondom de urilift. Hier zit wat ons betreft de crux van het verhaal. De urilift is er geplaatst, willens en wetens, zonder met ons rekening te houden.. En toen eenmaal de ‘fout’ ontdekt was, moest dit natuurlijk niet ongedaan worden gemaakt. Dat zou gezichtsverlies zijn en bovendien wat is nou een ondernemer voor een stad?

Is de Gemeente begaan met de ontstane situatie?

De Gemeente gaat erg ver in het vergroten van haar mogelijkheden om onze bedrijfsvoering te blokkeren. Wij krijgen onze vergunningen niet en er wordt gedreigd dat we ze nooit zullen krijgen. We hebben ons bedrijf in samenwerking en in overleg met de Gemeente gestart. Het pand pas aangekocht na overleg met het Stadhuis. Hoe is het mogelijk dat de Gemeente zover kan gaan dat een fout op een ondernemer afgewenteld moet worden.

Moties vanaf 2010

De eerste motie over verplaatsing winnen we dankzij hulp van D66. De motie wordt echter niet uitgevoerd.  De Burgerpartij en VVD blijven ons gelukkig steunen,terwijl D66  ons laat vallen (als Mirjam Barendregt wethouder wordt. Het college is tegen uitvoering van de motie (waarom weten wij niet, maar wethouder Mirjam Barendregt en wethouder Ben Stoelinga steunen ons zeker niet, integendeel).

Dhr. Smits Alvarez en dhr van Muilekom luisteren echt naar de feiten. Zij stellen er veel vragen over en bij de hoorzitting blijkt dat er grondig onderzoek is gedaan door de PvdA leden. Dhr. Smits Alvarez ondervraagt dhr. Stoelinga tijdens een hoorzitting. Hieruit blijkt dat wij niet op de hoogte konden zijn van de komst van een urilift. Er waren nl geen stukken te vinden hierover, ondanks dat dit als argument van de Gemeente herhaaldelijk werd ingebracht. ‘Wij wisten ervan, dus we moesten niet zeuren’..

Dankzij deze kritische vragen en – houding is bijna de gehele PvdA fractie overtuigd. Op een stem na, krijgen we een ja van alle raadsleden.

De motie wordt opnieuw gewonnen, dankzij het feit dat er op het laatst de Gemeente ruime tijd wordt gegund om de urilift te verplaatsen. Ze hebben ons uiteindelijk nog 16 maanden laten wachten erop.

De situatie met dhr. Stoelinga als wethouder, samenwerkend met Mirjam Barendregt, zorgt voor grote botsingen in het college. Wij weten niet waarom er nooit onderzoek werd verricht. We hebben hier jarenlang op aangedrongen, ook bij twee burgemeesters en twee gemeentesecretarissen, bij alle gemeenteraadsleden en bij alle leden van het college. Geen onderzoek, tot op de dag van vandaag niet!

Politiek in Amersfoort

Wat weet dhr. Smits Alvarez? Waarom is hij vertrokken met de noorderzon? Hij was zo ontzettend gemotiveerd om de stad te verbeteren. Het was zijn levenswerk. Hij doorzag de politieke verhoudingen en zag dat de kans er was om de PvdA in de coalitie te krijgen, nadat het college was gevallen. Eindelijk was de PvdA weer terug aan het toneel. De Burgerpartij was door alle consternatie rondom o.a. de urilift en de botsing tussen wethouder en partijleden nog maar met een lid vertegenwoordigd en niet meer in de coalitie.

De VVD/PvdA lijkt een vruchtbare samenwerking. Er worden spijkers met koppen geslagen en er verandert veel in korte tijd.

Het is moeilijk om het politieke spelletje mee te spelen in Amersfoort, hebben wij ervaren. En tijdrovend! Ramon wilde graag een rol spelen aan het politieke toneel en deed daar heel veel voor.

Vermissing

Ramon, het ga je goed.. Hopelijk ben je ergens veilig aangeland, misschien bij familie in Spanje. Bedenk je dat je toch beter bij je gezin kunt zijn. Misschien werd de spanning je teveel en had je het gevoel dat je niet genoeg gewaardeerd werd. Dat weten we natuurlijk niet.

Hoteleigenaar aan de grond door ‘pislift’

HIer een van de eerste artikelen over de uriliftproblemen. Wij hebben inmiddels al maanden moeten wachten op onze vergunningen, zonder resultaat. De gemeentelijke ambtenaren geven herhaaldelijk aan dat ze geenszins van plan zijn deze te verstrekken. We kunnen niet open en worden voortdurend aangesproken door gemeente ambtenaren over het ontbreken van vergunningen (wat ze zelf hebben veroorzaakt).

Festivals gaan voorbij zonder omzet en als er weer een festival met terrasopruiming komt, de Keistadfeesten, besluiten we dat de maat vol is. Een urilift met urinerende mannen voor onze voordeur en op ons terras vinden we niet te combineren.

 

Artikel Misset Horeca, 1070x bekeken

 

Hotelier in clinch met gemeente om ‘pislift’

Paula Bouwer en haar dochter Lisette de Jong krijgen hun splinternieuwe stadshotel Queens in Amersfoort maar niet van de grond. Als schuldige van de tegenslagen wijzen zij een verzinkbaar urinoir midden op hun terras aan, dat de gemeente daar in mei plaatste.

001_food-image-HOR027822I01.jpg

En ze zitten financieel nagenoeg aan de grond. Nadat ze vele tonnen heeft gestoken in de aanschaf en verbouwing van een mooi oud pand, wordt Bouwer naar eigen zeggen het werken onmogelijk gemaakt, omdat de gemeente Amersfoort een zogenoemde Urilift – pislift in de volksmond – heeft geplaatst op haar terras. Het is te zot voor woorden, vindt Bouwer.

‘Wat verwacht Amersfoort nu van ons?’ zegt de onderneemster in het Algemeen Dagblad. ‘Dat wij maaltijden en drankjes serveren rondom een paal, waar mannen tegenaan staan te pissen? Dat kán toch niet?’

Onhygiënisch
Op drukke vrijdag- en zaterdag- avonden verrijst het roestvrijstalen gevaarte tussen de terrasgasten en beginnen mannen hun blazen te ledigen tegen de paal. ‘Ik geneer me dood’, zegt De Jong. ‘Dit kun je toch niet aan je gasten verkopen? Nog afgezien van het feit dat het natuurlijk onverantwoord onhygiënisch is.’

Het al maanden slepende conflict escaleerde afgelopen vrijdag. Bouwer verhinderde rond 19.00 het opkomen van de Urilift door een parasol met een zware stenen voet op de pispaal te zetten. Drie uur lang werd er gepraat met politie en ambtenaren, maar Bouwer hield voet bij stuk, ook al moest ze de zaak er die avond voor sluiten.

Vergunningen
Probleem is dat Queens nog midden in de procedure zit voor de vergunningen. ‘De dag voordat Amersfoort mij de vergunningen zou geven, afgelopen mei, kwam de Urilift ter sprake, en sindsdien worden de vergunningen aangehouden’, aldus Brouwer.

De gemeente Amersfoort stelde toen een deal voor: ‘Ik zou alle vergunningen krijgen, als ik instem met een uitzonderingsstatus voor mijn terras. Dat zou dicht moeten om 22.00 uur, terwijl de rest door mag gaan tot 1.00 uur.’

Steun
De uitbaters van Queens gaan ‘natuurlijk niet’ akkoord met de voorgestelde ruil en hebben een jurist ingeschakeld. Ook krijgt het hotel steun van lokale partij BPA (Burger Partij Amersfoort).

‘De plek voor de Urilift is totaal verkeerd gekozen’, vindt BPA-fractievoorzitter Van Wegen. ‘Behalve dat hij midden op een terras staat, ligt het ding op een wandelroute waar in het weekend duizenden mensen langs komen.’ Hij vindt dan ook dat de lift verplaatst moet worden naar een plek minder in de doorloop.

De gemeente Amersfoort heeft nog niet gereageerd op de kwestie.

door Demian van der Reijden17 sep 2008laatste update:19 apr 20

Urilift eigen schuld Queens?

Queens krijgt schadevergoeding gemeente

17-12-2015

Queens Lunchroom en Bed & Breakfast op de Groenmarkt in Amersfoort heeft de juridische strijd met de gemeente gewonnen. Door ambtelijke dwalingen werd er een ‘urilift’ midden op het terras van Queens geplaatst. Dat is niet zo netjes, maar de gemeente vond dat het in zijn recht stond. Niet dus, zo oordeelde ook de Raad van State.

Schadevergoeding
De eigenaresse, Paula Bouwer, krijgt nu een schadevergoeding van 45.000 euro. De Raad van State heeft dit de gemeente opgelegd. De proceskosten van 6000 euro komen eveneens voor rekening van de gemeente.

Schade was nog hoger
Bouwer is uiteraard in haar nopjes met de uitspraak, maar heeft volgens eigen berekeningen 300.000 euro misgelopen door de urilift. In 2008 werd de urilift geplaatst en pas in 2012 verplaatst. Overigens moet de gemeente ook de wettelijke rente (van 4000 euro per jaar sinds 2008) bovenop de schadevergoeding betalen aan Queens.

Queens is ontzettend blij dat na jaren van procedures, hoge kosten, en grote tijdsinvestering in onderzoeken, vandaag na een uitspraak in het openbaar voorgelezen, is gebleken dat de Raad van State op alle inhoudelijke juridische punten Queens in het gelijk heeft gesteld. Jarenlange procedures met veel tegenslagen tonen aan dat de Gemeente Amersfoort hen benadeeld heeft en dat een tegemoetkoming in de misgelopen opbrengsten en hoge kosten gerechtvaardigd is.

Uitspraak Raad van State
Vandaag heeft de Raad van State uitspraak gedaan in de bepaling van de schade ontstaan door onnodig plaatsen van de urilift op het terras van Queens en enkele meters voor de voordeur. Eind 2014 heeft de Raad van State bepaald dat zij zelf een onderzoek zouden instellen naar de omvang van de schade. Dit omvangrijke onderzoek heeft van januari tot en met juni 2015 geduurd. Tijdens dit onderzoek zijn een aantal belangrijke zaken naar voren gekomen.

Schade urilift zelf veroorzaakt door Queens?
De Gemeente Amersfoort heeft aangegeven dat de omzet- en imagoschade door Queens zelf is veroorzaakt. De Raad van State deelt deze mening niet. Queens treft geen blaam.

Verloop urilift kwestie
De urilift is onnodig geplaatst op het terras van Queens en de vergunningen zijn doelbewust vertraagd om een schadevergoeding te omzeilen. In 2008 is deze ‘rechtmatige’ plaatsing, vlak voor de opening van Queens, een feit. De vergunningen blijven uit, en na ruim een jaar worden deze, onder druk van de pers, verstrekt. Wel met beperkingen in tijden, en met een urilift, die bediend werd door ‘collega’ ondernemers.

Gemeente sjoemelde met vergunningsaanvraag
De Gemeente Amersfoort heeft de afgelopen jaren regelmatig gesteld, ook tijdens de raadsvergadering over dit onderwerp, dat Queens nalatig is geweest en de vergunningen niet tijdig heeft aangevraagd. De Raad van State heeft dit onderzocht en het is gebleken dat de Gemeente Amersfoort de vergunningaanvraag voor het terras heeft geantidateerd om te doen voorkomen alsof de urilift aanvraag eerder was.

Partijdige belangenbehartiging
In 2010 heeft de Gemeente SAOZ opdracht gegeven om een rapport uit te brengen over de schade. SAOZ heeft in dit rapport aangegeven dat de urilift 5 meter naast het terras stond en dat, omdat er geen vergunningen waren – er dus ook geen recht op schade zou bestaan. Dit advies van 0

euro schade, is overgenomen door de Gemeente. De Raad van State heeft dit rapport als discutabel aangemerkt en als partijdig.

In 2014 is er opnieuw een rapport opgemaakt waarbij duidelijk de strekking van het verhaal moest zijn dat er 0 euro schade was gerealiseerd. Dr. Van Zundert, een deskundige op dit gebied – heeft verklaard dat er 50 procent kans was op een urilift op het terras – in 2007 7 keer te vinden in Nederland – en dat de bedrijfsvoering van Queens dermate slecht was dat er geen sprake kon zijn van schade.

In 2015 voert de Gemeente Amersfoort opnieuw aan, ondanks het feit dat de Raad van State twee uitspraken heeft gedaan in hoger beroep, dat er van schade geen sprake is.

Advocaat uit Amsterdam vecht jarenlang voor Queens
Sjoerd van den Ende van in eerste instantie Kennedy van der Laan advocaten en sinds 2015 zelfstandig gevestigd als DVLP advocaten, heeft sinds 2012 veel energie gestoken in het behartigen van de belangen van Queens. De Gemeente Amersfoort is aansprakelijk gesteld, en heeft in geen enkele procedure erkenning gegeven voor de grote ongemakken die gepaard gingen met de urilift op het terras. Geluidsoverlast, geuroverlast, negatieve beeldvorming, beperking in bedrijfsvoering… Alles werd stelselmatig ontkend.

In 2014 komt aan het licht, door onderzoek in het dossier op het stadhuis, dat het hoofd Vergunningen per abuis een e-mailbericht in het dossier heeft achtergelaten.
In dit bericht is vermeld dat er 9 afdelingshoofden worden opgeroepen om Queens het leven zuur te maken.

Ook is inmiddels bekend geworden dat de Queens ondernemers als ‘zwarte raven’ worden gezien in de stad. Er is een rapport opgemaakt binnen het stadhuis over bewoners en ondernemers die een ‘bedreiging’ vormen voor de stad. Hier maken de ondernemers onderdeel van uit. Jaren van ernstige tegenwerking volgen.

Schade uitkering vastgesteld
Binnen nu en 6 weken zal de schade uitkering bijgeschreven moeten worden op de rekening van Queens. Dit hebben 3 rechters besloten. De procedurekosten worden slechts gedeeltelijk vergoed, tot een hoogte van bijna 7000 euro.
Uiteindelijk heeft de hele affaire Queens veel meer schade berokkend dan de tegemoetkoming in de schade. De kosten vanaf 2007, de beperkingen in bedrijfsvoering, de aangepaste vergunningen, de verminderde openingstijden en een ander bedrijfsmodel zijn vele malen hoger dan waarin de schade voorziet.

 

 

“Verbijsterend dat dit je kan overkomen”

   

Uriliftsoap: “het is verbijsterend dat dit je kan overkomen”

Door de nieuwsredactie  RTV Utrecht· geplaatst: donderdag 17 december 2015, 11:34 uur | update: 12:40 uur

AMERSFOORT – De Amersfoortse ondernemers Paula Bouwer en Lisette de Jong zijn “heel erg blij” dat ze een schadevergoeding krijgen van de gemeente Amersfoort. De Raad van State oordeelde woensdag dat hun horecagelegenheid Queens ruim 45.000 euro krijgt.

“We zijn heel erg blij dat we gelijk hebben gekregen en dat de jarenlange strijd aan het licht heeft gebracht dat ten onrechte schade is ontstaan,” stellen de moeder en dochter in een reactie op de uitspraak. De hoge rechter acht het bewezen dat de gemeentelijke urilift op hun terras overlast gaf en daarmee omzet kostte.

PRINCIPEKWESTIE
Volgens de ondernemers is de zaak uiteindelijk ook een pricipekwestie geworden. “Dat is geen compensatie voor de schade die we hebben geleden, maar het is meer een tegemoetkoming. Het was mij erom te doen dat de werkwijze van de gemeente onder de loep zou worden genomen.”

“Gemeentelijke afdelingshoofden kleineerden ons en behandelden ons niet zoals andere ondernemers,” aldus de twee vrouwen. “Het heeft ons heel veel energie gekost. We hadden er een heel ander idee over hoe het is om hier ondernemer te zijn. Wat ons is overkomen is verbijsterend.”

REACTIE GEMEENTE
De gemeente Amersfoort respecteert de uitspraak van de Raad van State. “Wat ons betreft is het dossier hiermee gesloten. Het positieve aan de uitspraak is dat er een einde komt aan een jarenlange procedure. We vertrouwen erop dat deze uitpraak duidelijkheid, rust en ruimte biedt voor alle betrokken partijen om de aandacht op de toekomst te richten.”



Gefeliciteerd Queens eindelijk gerechtigheid en genoegdoening! De gemeente gaat dit niet leuk vinden, want ze kunnen niet tegen hun verlies. Dus volgen er mogelijk binnenkort extra inspecties. Plotseling blijkt er iets mis te zijn met een vergunninkje of een vliegje….doen ze in Rusland ook altijd.

stan uit Utrecht | 17-12-2015 11:26 uur  

Gefeliciteerd dames. Een terechte toewijzing lijkt mij. Het leek verdacht veel op ondernemertje pesten en dat is nu eigenlijk ook bevestigd.

Atheistus uit Amersfoort | 17-12-2015 11:12 uur  

Persbericht nav 100% zege Queens

PERSBERICHT

Amersfoort, 16 december 2015

 

Uriiliftsoap in Amersfoort eindigt na 9 jaar strijd met overwinning Queens

 

–         Raad van State veroordeelt Gemeente tot betaling van bijna 70.000 euro –

 

Queens is ontzettend blij dat na jaren van procedures, hoge kosten, en grote tijdsinvestering in onderzoeken, vandaag na een uitspraak in het openbaar voorgelezen, is gebleken dat de Raad van State op alle inhoudelijke juridische punten Queens in het gelijk heeft gesteld. Jarenlange procedures met veel tegenslagen tonen aan dat de Gemeente Amersfoort hen benadeeld heeft en dat een tegemoetkoming in de misgelopen opbrengsten en hoge kosten gerechtvaardigd is.

Uitspraak Raad van State

Vandaag heeft de Raad van State uitspraak gedaan in de bepaling van de schade ontstaan door onnodig plaatsen van de urilift op het terras van Queens en enkele meters voor de voordeur. Eind 2014 heeft de Raad van State bepaald dat zij zelf een onderzoek zouden instellen naar de omvang van de schade. Dit omvangrijke onderzoek heeft van januari tot en met juni 2015 geduurd. Tijdens dit onderzoek zijn een aantal belangrijke zaken naar voren gekomen.

Schade urilift zelf veroorzaakt door Queens?

De Gemeente Amersfoort heeft aangegeven dat de omzet- en imagoschade door Queens zelf is veroorzaakt. De Raad van State deelt deze mening niet. Queens treft geen blaam.

Verloop urilift kwestie

 De Urilift is onnodig geplaatst op het terras van Queens en de vergunningen zijn doelbewust vertraagd om een schadevergoeding te omzeilen. In 2008 is deze ‘rechtmatige’ plaatsing, vlak voor de opening van Queens, een feit. De vergunningen blijven uit, en na ruim een jaar worden deze, onder druk van de pers, verstrekt. Wel met beperkingen in tijden, en met een urilift, die bediend werd door ‘collega’ ondernemers.

De Gemeente Amersfoort heeft de afgelopen jaren regelmatig gesteld, ook tijdens de raadsvergadering over dit onderwerp, dat Queens nalatig is geweest en de vergunningen niet tijdig heeft aangevraagd. De Raad van State heeft dit onderzocht en het is gebleken dat de Gemeente Amersfoort de vergunningaanvraag voor het terras heeft geantidateerd om te doen voorkomen alsof de urilift aanvraag eerder was.

Partijdige belangenbehartiging

In 2010 heeft de Gemeente SAOZ opdracht gegeven om een rapport uit te brengen over de schade. SAOZ heeft in dit rapport aangegeven dat de urilift 5 meter naast het terras stond en dat, omdat er geen vergunningen waren – er dus ook geen recht op schade zou bestaan. Dit advies van 0 euro schade, is overgenomen door de Gemeente. De Raad van State heeft dit rapport als discutabel aangemerkt en partijdig.

In 2014 is er opnieuw een rapport opgemaakt waarbij duidelijk de strekking van het verhaal moest zijn dat er 0 euro schade was gerealiseerd. Dr. Van Zundert, een deskundige op dit gebied – heeft verklaard dat er 50% kans was op een urilift op het terras – in 2007 7x te vinden in Nederland – en dat de bedrijfsvoering van Queens dermate slecht was dat er geen sprake kon zijn van schade.

In 2015 voert de Gemeente opnieuw aan, ondanks dat de Raad van State 2 uitspraken heeft gedaan in hoger beroep, dat er wel sprake is van schade dat er geen schade is.

Sjoerd van den Ende – DVLP advocaten vecht jarenlang voor Queens

Sjoerd van den Ende van in eerste instantie Kennedy van der Laan advocaten en sinds 2015 zelfstandig gevestigd als DVLP advocaten, heeft sinds 2012 veel energie gestoken in het behartigen van de belangen van Queens. Niet zonder resultaat! De Gemeente Amersfoort is aansprakelijk gesteld, en heeft in geen enkele procedure erkenning gegeven voor de grote ongemakken die gepaard gingen met de urilift op het terras. Geluidsoverlast, geuroverlast, negatieve beeldvorming, beperking in bedrijfsvoering.. alles werd stelselmatig ontkend.

In 2014 komt aan het licht, door onderzoek in het dossier op het stadhuis, dat het hoofd Vergunningen per abuis een emailbericht in het dossier heeft achtergelaten.

In dit bericht  is vermeld dat er 9 afdelingshoofden worden opgeroepen om Queens het leven zuur te maken.

Ook is inmiddels bekend geworden dat de Queens ondernemers als ‘zwarte raven’ worden gezien in de stad. Er is een rapport opgemaakt binnen het stadhuis over bewoners en ondernemers die een ‘bedreiging’ vormen voor de stad. Hier maken de ondernemers onderdeel van uit. Jarenlang van ernstige tegenwerking volgen.

Schade uitkering vastgesteld

Binnen nu en 6 weken zal de schade uitkering bijgeschreven moeten worden op de rekening van Queens. Dit hebben 3 rechters besloten. De procedurekosten worden slechts gedeeltelijk vergoed, tot een hoogte van bijna 7000 euro.

Uiteindelijk heeft de hele affaire Queens veel meer schade berokkend dan de tegemoetkoming in schade, middels planschade uitkeert. De kosten vanaf 2007, de beperkingen in bedrijfsvoering, de aangepaste vergunningen, de verminderde openingstijden en een ander bedrijfsmodel zijn vele malen hoger dan waarin de schade voorziet.

 

 

Informatie: P.M. Bouwer: 06 53697900

 

————————————————————-

 

 

 

 

 

 

 

 

Raad van State beslist positief!

 
Datum van uitspraak: woensdag 16 december 2015
Tegen: het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort
Proceduresoort: Hoger beroep
Rechtsgebied: Algemene kamer – Hoger Beroep – Schadevergoeding
ECLI: ECLI:NL:RVS:2015:3819

201209467/3/A2.
Datum uitspraak: 16 december 2015

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], alsmede haar vennoten [vennoot A] en [vennoot B], gevestigd onderscheidenlijk wonend te Amersfoort, (hierna ook tezamen en in enkelvoud: [appellante]),

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 23 augustus 2012 in zaak nr. 11/2736 in het geding tussen:

[appellante]

en

het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort.

Procesverloop

Bij besluit van 23 maart 2010 heeft het college een aanvraag van [appellante] om een tegemoetkoming in planschade afgewezen.

Bij besluit van 18 juli 2011 heeft het college het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 23 augustus 2012 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 18 juli 2011 vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen van dit besluit in stand blijven.

Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

[appellante] en het college hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 26 juni 2013, waar [appellante], vertegenwoordigd door haar vennoten, [vennoot A] en [vennoot B], bijgestaan door mr. S.H. van den Ende, advocaat te Amsterdam, en het college, vertegenwoordigd door mr. E.J. van Eyck en mr. R.C. Alblas, beiden werkzaam voor de gemeente Amersfoort, zijn verschenen.

Bij tussenuitspraak van 23 oktober 2013 in zaak nr. 201209467/1/A2 heeft de Afdeling het college opgedragen binnen zestien weken na de verzending van de tussenuitspraak met inachtneming van hetgeen daarin is overwogen een besluit te nemen over een tegemoetkoming in het door [appellante] gemiste voordeel en dit aan [appellante] en de Afdeling toe te zenden.

Bij besluit van 3 februari 2014 heeft het college ter uitvoering van de tussenuitspraak aanvullend beslist op de aanvraag van [appellante] en de afwijzing gehandhaafd.

Bij brief van 13 maart 2014 heeft [appellante] een zienswijze naar voren gebracht.

Bij tussenuitspraak van 12 november 2014 in zaak nr. 201209467/2/A2 heeft de Afdeling de behandeling geschorst en iedere verdere beslissing aangehouden.

Bij brief van 13 november 2014 heeft de Afdeling de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening (hierna: StAB) gevraagd aan haar advies uit te brengen.

De StAB heeft op 29 mei 2015 een advies uitgebracht.

Daartoe in de gelegenheid gesteld hebben [appellante] en het college zienswijzen naar voren gebracht.

Bij brief van 2 november 2015 heeft de Afdeling partijen te kennen gegeven dat een tweede onderzoek ter zitting achterwege blijft en heeft zij het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Op 19 september 2007 heeft het college besloten met toepassing van de vrijstellingsprocedure van artikel 19, derde lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening medewerking te verlenen aan het plaatsen van een zogenoemde urilift – een openbaar, in de grond verzinkbaar urinoir – op de hoek van de Groenmarkt en de Windsteeg. Bij besluit van 16 november 2007 is vervolgens vrijstelling (hierna: het vrijstellingsbesluit) en een bouwvergunning verleend.

De vennootschap van [vennoot A] en [vennoot B] exploiteert onder de naam [appellante] een bed and breakfast (hierna: de bed and breakfast) in het pand [locatie] te Amersfoort. Deze is op 30 april 2008 geopend. De genoemde urilift is begin 2008 op ongeveer 10 m afstand van de voorgevel van het pand geplaatst. Hij bevond zich tot januari 2012 op het deel van de openbare weg waarvoor [appellante] een terrasvergunning heeft.

Bij brief van 2 oktober 2008 heeft [appellante] het college verzocht om een tegemoetkoming in planschade. Aan dat verzoek heeft zij ten grondslag gelegd dat het vrijstellingsbesluit tot waardevermindering van het pand en tot inkomensderving heeft geleid.

Het college heeft de urilift in januari 2012 verplaatst naar een locatie nabij de Groenmarkt.

In de tussenuitspraak van 23 oktober 2013 heeft de Afdeling over de gestelde inkomensderving overwogen dat [appellante] op het moment dat het vrijstellingsbesluit werd bekendgemaakt, 19 november 2007 (hierna: de peildatum), al onomkeerbare investeringen had gedaan, dat de exploitatie door het vrijstellingsbesluit niet onmogelijk werd gemaakt en de exploitatie nadien daadwerkelijk is aangevangen. Naar het oordeel van de Afdeling kon in dit geval op de peildatum als vaststaand worden aangenomen dat [appellante] de bed and breakfast zou gaan exploiteren. [vennoot A] had het pand daartoe in maart 2007 aangekocht en het college heeft aan [vennoot A] op 14 augustus 2007 vrijstelling verleend van de bepalingen van het bestemmingsplan ten behoeve van het gebruik van het pand als horecagelegenheid. [vennoot A] heeft vervolgens een aanvraag om een drank- en horecavergunning ingediend. Ook zijn substantiële investeringen in het pand gedaan om het als bed and breakfast geschikt te maken. Deze omstandigheden rechtvaardigen dat in dit geval inkomensderving voor tegemoetkoming in aanmerking kan komen op de voet van artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro), voor zover deze is ontstaan na de aanvang van de exploitatie op 30 april 2008 en er een oorzakelijk verband bestaat tussen het vrijstellingsbesluit en de gestelde inkomensderving, aldus de Afdeling in de tussenuitspraak van 23 oktober 2013. De Afdeling heeft het college opgedragen een besluit te nemen over een tegemoetkoming in het door [appellante] als gevolg van het vrijstellingsbesluit gemiste voordeel.

Bij besluit van 3 februari 2014 heeft het college, ter uitvoering van de tussenuitspraak van 23 oktober 2013, de afwijzing van de aanvraag om een tegemoetkoming in planschade met een aanvullende motivering gehandhaafd. Aan dit besluit heeft het college een advies van P. van de Streek AA/FB en dr. J.W. van Zundert van 30 januari 2014 ten grondslag gelegd.

In de tussenuitspraak van 12 november 2014 heeft de Afdeling geoordeeld dat het advies van Van de Streek en Van Zundert zodanige onvolkomenheden vertoont dat het college het niet aan het besluit van 3 februari 2014 ten grondslag heeft mogen leggen. Zij heeft verder overwogen dat zij met de door [appellante] overgelegde stukken aangetoond acht dat het vrijstellingsbesluit ertoe heeft geleid dat [appellante] voordeel heeft gemist. De Afdeling heeft de behandeling van het hoger beroep geschorst en iedere verdere beslissing aangehouden.

Bij brief van 13 november 2014 heeft de Afdeling de StAB verzocht onder haar verantwoordelijkheid door een onafhankelijk financieel specialist de inkomensderving die het vrijstellingsbesluit heeft veroorzaakt te laten begroten, waarbij ook inzichtelijk gemaakt dient te worden welke kosten [appellante] tijdens de startperiode van de onderneming, de zogenoemde aanloopkosten, heeft gemaakt. De Afdeling heeft de StAB verder verzocht te beoordelen of [appellante] heeft bijgedragen aan de door haar geleden schade en er om die reden aanleiding bestaat de tegemoetkoming lager vast te stellen dan de door de financieel specialist begrote schade. De Afdeling heeft de StAB ook verzocht te beoordelen welk deel van de schade tot het normaal maatschappelijk risico van [appellante] dient te worden gerekend.

Ter uitvoering van het verzoek van de Afdeling heeft de StAB de inkomensderving van [appellante] laten begroten door drs. A.M. van Os RA, onder de naam De Schadeaccountant werkzaam te Alphen aan den Rijn (hierna: Van Os). De uitkomsten van het rapport van Van Os heeft de StAB verwerkt in haar advies van 29 mei 2015.

2. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling (zie bijvoorbeeld haar uitspraak van 25 maart 2015 in zaak nr. 201407559/1/A2), mag een rechter in beginsel afgaan op de inhoud van het verslag van een deskundige, als bedoeld in artikel 8:47 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Dat is slechts anders indien dat verslag onvoldoende zorgvuldig tot stand is gekomen of anderszins zodanige gebreken bevat dat het niet aan de oordeelsvorming ten grondslag mag worden gelegd. De Afdeling stelt voorop dat de StAB een deskundige is in evenbedoelde zin en dat Van Os zijn onderzoek onder haar toezicht heeft verricht. Zowel [appellante] als het college stelt zich op het standpunt dat er ernstige gebreken kleven aan het door de StAB uitgebrachte advies, zodat de Afdeling dit advies niet kan gebruiken bij de vaststelling van de aan [appellante] toe te kennen tegemoetkoming in de door haar geleden inkomensschade. In hetgeen [appellante] en het college hebben aangevoerd ziet de Afdeling hiervoor echter geen aanleiding. Zij overweegt hiertoe als volgt.

3. Volgens het college is de werkwijze van de StAB in strijd met de goede procesorde. Het vraagt zich af hoe de door Van Os geleverde inspanningen zich verhouden met het uitgangspunt dat het aan degene is die stelt schade te lijden om die schade aannemelijk te maken. Van Os heeft te kennen gegeven dat de eerder door [appellante] aangeleverde stukken niet als uitgangspunt kunnen dienen voor een schadeberekening en hij heeft vervolgens veelvuldig contact gehad met de boekhouder van [appellante] om in mei 2015 tot consistente cijfers te komen. Dit is grotendeels buiten de waarneming van het college gebeurd. Het – veronderstelde – oorzakelijk verband tussen het vrijstellingsbesluit en de – gestelde – omzetderving van [appellante] is verder uitgewerkt door de StAB en niet door [appellante]. Een dergelijke werkwijze past een onafhankelijke, door de Afdeling ingeschakelde deskundige niet, aldus het college.

3.1. Het was, zoals het college terecht aanvoert, aan [appellante] om de door haar geleden schade aan te tonen. Dat zij hierin tot aan het door Van Os en de StAB verrichte onderzoek maar zeer beperkt was geslaagd en dat zij, zoals uit het rapport van Van Os blijkt, haar omzetgegevens niet op orde had, heeft tot gevolg gehad dat Van Os en de StAB zich hebben ingespannen om van [appellante] de voor de begroting van haar inkomensschade benodigde gegevens te verkrijgen. Dat Van Os en de StAB zich zo hebben ingespannen als zij hebben gedaan betekent niet dat de StAB haar rol van onafhankelijke deskundige heeft miskend. Zoals uit de tussenuitspraak van 12 november 2014 volgt had [appellante] wel aangetoond dat het vrijstellingsbesluit ertoe heeft geleid dat zij voordeel heeft gemist, maar was de omvang daarvan nog niet vast te stellen. De handelwijze van Van Os en de StAB is het gevolg van het verzoek van de Afdeling aan de StAB de inkomensderving die het vrijstellingsbesluit heeft veroorzaakt te laten begroten. Dat verzoek is gedaan met de bedoeling het geschil tussen [appellante] en het college definitief te kunnen beslechten. Zonder de inspanningen van Van Os en de StAB en de daarmee gepaard gaande termijnverlengingen had de Afdeling de schade van [appellante] schattenderwijs moeten vaststellen. De StAB heeft de Afdeling gedurende het door haar en Van Os gedane onderzoek op de hoogte gehouden van de vorderingen en de Afdeling heeft, indien haar voorkwam dat dit met het oog op een goede voortgang van de procedure nodig was, opgetreden door termijnen te stellen. Het college is verder naar het oordeel van de Afdeling niet benadeeld doordat Van Os zijn onderzoek voor een deel buiten de waarneming van het college heeft verricht. Van Os heeft een inzichtelijk rapport opgesteld waarop het college heeft kunnen reageren. Het stond het college verder vrij de onderliggende gegevens te controleren.

4. In de tussenuitspraken van 23 oktober 2013 en 12 november 2014 heeft de Afdeling reeds beslist over een aantal geschilpunten. Voor zover het college zich op het standpunt stelt dat [appellante] als gevolg van het vrijstellingsbesluit niet in een planologisch nadeliger situatie is komen te verkeren en [appellante] geen inkomensschade heeft geleden, wordt verwezen naar deze uitspraken. De door de StAB beschreven planologische uitgangspunten stemmen overeen met het in de tussenuitspraken overwogene. In hetgeen partijen hebben aangevoerd ziet de Afdeling verder geen aanleiding te twijfelen aan de juistheid van de wijze waarop de StAB de overlast die het gebruik van een urilift met zich brengt heeft beoordeeld. Dit betekent dat de kosten die [appellante] voor het schoonmaken van de urilift stelt te hebben gemaakt niet voor tegemoetkoming in aanmerking komen. Hieronder zal de Afdeling nog slechts ingaan op de omvang van de door [appellante] geleden schade, het aandeel dat [appellante] heeft gehad in deze schade, het deel van de schade dat tot het normaal maatschappelijk risico van [appellante] moet worden gerekend en de vergoedbaarheid van de door [appellante] opgevoerde deskundigenkosten.

5. De StAB zet in haar advies uiteen dat inkomensderving doorgaans wordt begroot op basis van omzetten in de periode voorafgaand aan de periode waarin de – gestelde – schade is ontstaan en dat deze methode in het onderhavige geval niet kan worden toegepast, omdat er geen voorafgaande periode met omzet was. Van Os heeft daarom voor een andere methode gekozen om de inkomensderving van [appellante] te begroten. Hij is uitgegaan van de feitelijk door [appellante] gerealiseerde omzet en heeft voor zeven deelperiodes geschat hoe groot de omzetderving in die periodes zou zijn geweest. Van Os is er verder van uitgegaan dat er tweemaal een na-ijleffect is opgetreden, te weten ten tijde van de sluiting van de bed and breakfast in het tweede kwartaal van 2010 gedurende tweeënhalve maand en de eerste zes maanden nadat de urilift is verplaatst. Aan de hand van deze schattingen heeft Van Os begroot hoe de omzet van [appellante] zich zou hebben ontwikkeld als het vrijstellingsbesluit niet was genomen. Deze omzetontwikkeling heeft Van Os vergeleken met de omzetontwikkeling van de zusteronderneming van [appellante] aan [locatie 2] te Amersfoort. Deze vergelijking gaf Van Os geen aanleiding af te wijken van de door hem begrote omzetderving van [appellante]. Van Os komt in zijn rapport tot een inkomensderving van € 110.000,00. Dit betekent volgens hem dat [appellante] een netto verlies van € 53.000,00 heeft geleden.

Naar het oordeel van de Afdeling is de gedachtegang van Van Os, zoals uitgebreid uiteengezet in zijn rapport, duidelijk en controleerbaar en heeft Van Os redelijke keuzes gemaakt. De uitkomst van zijn onderzoek, neergelegd in het StAB-advies, biedt daarom voldoende basis voor haar oordeelsvorming. Dat ir. E.J.M. Groenendijk MBA in zijn in opdracht van [appellante] als reactie op het StAB-advies vervaardigde rapport van 29 juni 2015 een andere methode gebruikt om de door [appellante] gederfde inkomsten te begroten, betekent niet dat de door Van Os gebruikte methode onjuist of ondeugdelijk is of dat het StAB-rapport onzorgvuldig tot stand is gekomen. Bij het begroten van schades moeten altijd keuzes worden gemaakt. Het gaat erom dat die keuzes redelijk en aanvaardbaar zijn. De Afdeling wijst er in dit verband op dat in de eerder door [appellante] ingebrachte rapporten eveneens andere uitgangspunten worden gebruikt dan in het rapport van Groenendijk. De door Van Os gemaakte keuzes acht de Afdeling redelijk en aanvaardbaar.

Voor zover het college betoogt dat Van Os ten onrechte de terrasomzet van [appellante] heeft betrokken bij de begroting van de gestelde inkomensderving, omdat [appellante] op de peildatum geen terrasvergunning had, wordt verwezen naar de tussenuitspraak van 23 oktober 2013 waarin is overwogen dat de inkomensderving van [appellante] voor tegemoetkoming in aanmerking kan komen op de voet van artikel 6.1 van de Wro, voor zover deze is ontstaan na de aanvang van de exploitatie op 30 april 2008 en er een oorzakelijk verband bestaat tussen het vrijstellingsbesluit en de gestelde inkomensderving. Voor zover het college betoogt dat Van Os de terrasomzet van [appellante] afzonderlijk had moeten begroten, wordt verwezen naar de tussenuitspraak van 12 november 2014, waaruit volgt dat voor de begroting van de inkomensderving de bedrijfsactiviteiten van [appellante] niet hoeven te worden uitgesplitst.

Voor zover [appellante] betoogt dat Van Os de belastingschade die zij stelt te hebben geleden ten onrechte niet bij zijn begroting van de schade heeft betrokken, kan dit haar niet baten, reeds omdat de door haar accountant, S. de Boer, overgelegde schatting van de geleden belastingschade onvoldoende concreet is om het bestaan hiervan aan te tonen. [appellante] kan verder niet worden gevolgd in haar stelling dat Van Os de wettelijke rente ten onrechte niet heeft berekend, aangezien die geen onderdeel is van de schade als zodanig, maar een aspect van de uitkering van de tegemoetkoming betreft. In zaken waarin een tegemoetkoming in planschade moet worden toegekend pleegt de Afdeling daarom, overeenkomstig artikel 6.5, aanhef en onder b, van de Wro, te overwegen dat het bedrag van de tegemoetkoming moet worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag dat de aanvraag om een tegemoetkoming is ontvangen tot de datum van uitbetaling.

6. De StAB ziet geen aanleiding om een deel van de schade voor rekening van [appellante] te laten om de reden dat zij zelf heeft bijgedragen aan die schade. Het college heeft er in dit verband op gewezen dat [appellante] zelf het geschil over de urilift onder de aandacht van het publiek heeft gebracht, door de pers te benaderen, ludieke acties te voeren en een website te bouwen waarop berichten over de urilift worden geplaatst. De Afdeling acht het, met de StAB, niet onbegrijpelijk of ongeoorloofd dat [appellante] een website over het geschil over de urilift onderhoudt, omdat zij haar kant van het verhaal wil vertellen. Verder is het, zoals de StAB terecht heeft opgemerkt, inherent aan het voeren van een spraakmakende procedure dat partijen aandacht vragen en krijgen voor het aanhangige geschil. De Afdeling onderschrijft dan ook het advies van de StAB op dit punt.

7. De StAB concludeert verder in haar advies dat 15% van de door Van Os begrote schade voor rekening van [appellante] dient te blijven, omdat dit tot het normaal maatschappelijk risico behoort. De tegemoetkoming dient daarmee volgens de StAB op een bedrag van € 45.050,00 te worden gesteld. De StAB stelt in haar advies terecht voorop dat de vraag of schade tot het normaal maatschappelijk risico behoort moet worden beantwoord met inachtneming van alle van belang zijnde omstandigheden van het geval. Van belang is onder meer of de planologische ontwikkeling in de lijn der verwachting lag, ook al bestond geen concreet zicht op de omvang waarin, de plaats waar en het moment waarop de ontwikkeling zich zou voordoen. In dit verband komt betekenis toe aan de mate waarin de ontwikkeling naar haar aard en omvang binnen de ruimtelijke structuur van de omgeving en het gevoerde beleid past. Omstandigheden die verder van belang kunnen zijn, zijn de afstand van de locatie waar de ontwikkeling heeft plaatsgevonden tot de onroerende zaak van de aanvrager en de aard en omvang van het door de ontwikkeling veroorzaakte nadeel. De StAB stelt in de situatie van [appellante] terecht voorop dat de plaatsing van een voorziening zoals een openbaar toilet in een horecagebied als een normale maatschappelijke ontwikkeling moet worden beschouwd. Dit geldt temeer ingeval, zoals in het onderhavige geval, al geruime tijd hinder wordt veroorzaakt door wildplassen. Dat deze hinder in de binnenstad van Amersfoort bestond en dat de gemeente Amersfoort voornemens was hieraan iets te doen blijkt, volgens het onderzoek van de StAB, reeds uit stukken uit het jaar 2000. Sindsdien is de problematiek voor de gemeente steeds aanleiding geweest mogelijke oplossingen te ontwikkelen en de haalbaarheid hiervan te beoordelen. De plaatsing van een urilift is, volgens het onderzoek van de StAB, een voor de hand liggende oplossing voor de wildplasproblematiek in het centrum van Amersfoort. Aangezien op de Groenmarkt vooral tegen de tegenover de bed and breakfast gelegen kerk werd geürineerd, lag plaatsing van een urilift nabij de kerk voor de hand. De StAB merkt terecht op dat dit niet betekent dat daarmee elke plaats rondom de kerk voor de hand lag en dat het in dit verband niet zonder belang is dat de gemeente in eerste instantie heeft gedacht aan een plaatsing in het midden van de Windsteeg, aangezien deze steeg een belangrijke doorgaansroute voor uitgaanspubliek vormt en er geen bedrijfsactiviteiten plaatsvinden. De urilift is destijds niet op deze plek geplaatst omdat de gemeente niet tot overeenstemming kon komen met de eigenaar van de kerk. Inmiddels bevindt de urilift zich wel in de Windsteeg. De Afdeling is, met de StAB, van oordeel dat het niet direct voor de hand lag dat de urilift binnen de begrenzing van de locatie van het terras van [appellante] werd gerealiseerd en dat om deze reden een gering deel van de door [appellante] geleden schade voor haar rekening dient te blijven. Met de StAB is de Afdeling van oordeel dat 15% van de begrote schade in dit geval redelijk is.

8. Uit de tussenuitspraken in deze zaak en uit het vorenoverwogene volgt dat het hoger beroep gegrond is. De uitspraak van de rechtbank dient te worden vernietigd, voor zover aangevallen, dat wil zeggen voor zover de rechtbank heeft bepaald dat de rechtsgevolgen van het door haar al vernietigde besluit van 18 juli 2011 in stand blijven. De Afdeling zal voorts het besluit van 3 februari 2014 wegens strijd met de artikelen 3:2, 3:9 en 7:12, eerste lid, van de Awb vernietigen. Zij zal op na te melden wijze zelf in de zaak voorzien. Het besluit van 23 maart 2010 zal worden herroepen. De Afdeling zal de aanvraag van [appellante] om een tegemoetkoming in planschade toewijzen en de tegemoetkoming vaststellen op een bedrag van € 45.050,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van ontvangst van het verzoek om tegemoetkoming tot de datum van uitbetaling. De Afdeling zal verder bepalen dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde besluiten van 18 juli 2011 en 3 februari 2014.

9. Het college dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten in hoger beroep en de bezwaarfase te worden veroordeeld. Over de proceskosten in beroep heeft de rechtbank al beslist.

9.1. Over de door [appellante] in hoger beroep opgevoerde deskundigenkosten wordt het volgende opgemerkt. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling (zie bijvoorbeeld haar uitspraak van 18 juni 2014 in zaak nr. 201203860/6/A2) komen de kosten van een deskundige op de voet van artikel 8:75 van de Awb voor vergoeding in aanmerking als het inroepen van die deskundige redelijk was en de deskundigenkosten zelf redelijk zijn.

De kosten van het rapport van Langhout & Wiarda te Oranjewoud van 12 juni 2013 komen voor vergoeding in aanmerking omdat [appellante] dit rapport heeft laten opstellen om aan te tonen dat zij voordeel heeft gemist als gevolg van het vrijstellingsbesluit. Voor de vergoeding van de kosten van het opstellen van een deskundigenrapport hanteert de Afdeling een forfaitair bedrag van € 75,00 per uur. Uit de factuur van Langhout & Wiarda van 13 juni 2013 in samenhang bezien met de offerte van 15 januari 2013 kan worden afgeleid dat 16 uur is besteed aan het opstellen van het advies, zoals ook door [appellante] is gesteld. De Afdeling acht dit redelijk. Het te vergoeden bedrag voor het opstellen van dit deskundigenrapport bedraagt derhalve € 1.200,00. De schadenotitie van E.H. Horlings RA en R. Ibrahimi RA, beiden werkzaam bij Horatio Schade Auditors B.V. (hierna: Horatio), van 3 december 2013 is na de eerste tussenuitspraak in opdracht van [appellante] opgesteld om de omvang van de inkomensderving inzichtelijk te maken. De Afdeling acht het redelijk dat [appellante] om dit rapport heeft verzocht. Omdat dit rapport evenwel niet zonder meer bruikbaar was en Van Os en de StAB zich na de tweede tussenuitspraak hebben moeten inspannen om de voor de begroting van de inkomensschade van [appellante] benodigde gegevens te verkrijgen en te ordenen ziet de Afdeling evenwel aanleiding de vergoeding voor het rapport van Horatio in redelijkheid vast te stellen op € 2.500,00. De accountantskosten die [appellante] heeft gemaakt dienen geheel voor haar rekening te blijven omdat het in verband met het vorenstaande niet redelijk is deze kosten ten laste van het bestuursorgaan te brengen. Een rapport als dat van Groenendijk had eerder in de procedure moeten worden overgelegd. De kosten van het rapport van Groenendijk dienen dan ook voor rekening van [appellante] te blijven.

9.2. Voor de vergoeding van kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand worden, volgens de bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht, punten toegekend aan verrichte proceshandelingen. In bezwaar gaat het om twee proceshandelingen, te weten het indienen van de aanvullende gronden van bezwaar en het verschijnen bij de hoorzitting. In hoger beroep gaat het om vier proceshandelingen, te weten het indienen van een hogerberoepschrift, het verschijnen ter zitting bij de Afdeling en het indienen van twee zienswijzen. Dit zijn in totaal 5 punten. Per punt wordt volgens genoemde bijlage een forfaitair bedrag van € 490,00 toegekend, hetgeen neerkomt op € 2.450,00. De Afdeling ziet geen aanleiding van deze forfaitaire berekening af te wijken. De advocaatkosten die [appellante] stelt te hebben gemaakt in andere procedures blijven hier buiten beschouwing.

9.3. De vergoeding voor de door [vennoot A] en [vennoot B] in verband met de zitting van 26 juni 2013 gemaakte reiskosten wordt, op de voet van artikel 2, eerste lid, aanhef en onder c, van het Besluit proceskosten bestuursrecht gelezen in samenhang met artikel 1, aanhef en onder c, van dat besluit en artikel 11, eerste lid, onderdeel d, van het Besluit tarieven in strafzaken 2003, forfaitair vastgesteld op € 33,08. De vergoeding voor de door [vennoot A] en [vennoot B] in verband met die zitting gemaakte verblijfkosten wordt, op de voet van voormelde bepalingen, forfaitair vastgesteld op € 37,85.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 23 augustus 2012 in zaak nr. 11/2736, voor zover de rechtbank heeft bepaald dat de rechtsgevolgen van het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort van 18 juli 2011, kenmerk DIA/JZ/BZW.10.0137.001/3855543, in stand blijven;

III. vernietigt het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort van 3 februari 2014, kenmerk CM/JZ/HBA.12.0010.001;

IV. herroept het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort van 23 maart 2010, kenmerk SOB/PO/3388423;

V. wijst de aanvraag van [appellante] en haar vennoten om een tegemoetkoming in planschade toe en stelt de door het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort aan [appellante] en haar vennoten te betalen tegemoetkoming in planschade vast op € 45.050,00 (zegge: vijfenveertigduizendvijftig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van ontvangst van het verzoek om tegemoetkoming tot de datum van uitbetaling;

VI. bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde besluiten van 18 juli 2011 en 3 februari 2014;

VII. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort tot vergoeding van bij [appellante] en haar vennoten in verband met de behandeling van het bezwaar en het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 6.220,93 (zegge: zesduizendtweehonderdtwintig euro en drieënnegentig cent);

VIII. gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort aan [appellante] en haar vennoten het door hen betaalde griffierecht ten bedrage van € 466,00 (zegge: vierhonderdzesenzestig euro) voor de behandeling van het hoger beroep vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, voorzitter, en mr. N. Verheij en mr. G. Snijders, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.H.L. Dallinga, griffier.

w.g. Van Altena w.g. Dallinga
voorzitter griffier

Uitgesproken in het openbaar op 16 december 2015

18-735.